Een triathlon wordt vooral beslist door duurvermogen, techniek, pacing en voeding. Creatine is daarom geen bewezen route naar een snellere eindtijd. Het kan wel passen bij krachttraining, acceleraties, heuvels en korte hoge-intensiteitsblokken in je voorbereiding.
Waar creatine theoretisch helpt
Creatine ondersteunt snelle energielevering via het fosfocreatinesysteem. Dat is relevant bij zware krachtsets, korte sprints, steile acceleraties en herhaald vermogen. Langdurig gelijkmatig zwemmen, fietsen en lopen gebruikt echter vooral andere energiesystemen.
Wat directe duurstudies laten zien
Bij getrainde wielrenners verhoogde creatine de spiercreatine, maar verbeterde het in een gesimuleerde wegwedstrijd de eindsprint niet boven placebo. Een recente studie vond wel meer werk tijdens een losse sprinttest. Dat verschil onderstreept waarom je geen losse sprintuitslag mag vertalen naar een complete triathlon.
Belangrijkste afweging: lichaamsgewicht
Extra water in de spiercel kan het gewicht tijdelijk verhogen. Dat is geen vet, maar kan bij hardlopen of klimmen op de fiets merkbaar zijn. Start zes tot acht weken voor je evenement en volg looptempo, fietsvermogen per kilogram, maagcomfort en gewicht.
Praktisch protocol
- Neem dagelijks 3–5 g monohydraat, ook op rustdagen.
- Laden is niet nodig.
- Plan wedstrijdkoolhydraten, natrium en vocht apart.
- Voer in de laatste week geen nieuw supplementexperiment uit.
Original of Performance+?
Vijf Original Beargymmies leveren 5 g creatine en 10 g suiker. Performance+ levert 5 g creatine, taurine, magnesium en kalium en is suikervrij. Geen van beide vervangt je complete triathlonvoeding.
Waar een triatleet realistisch op test
Het beste argument voor creatine bij triathlon is niet een sneller constant duurtempo, maar ondersteuning van krachttraining, korte versnellingen en herhaalde hoge intensiteit. Een recente trial bij professionele wielrenners vond na een korte hoge laadfase geen voordeel op de onderzochte sprint- en tijdrittests, terwijl een bredere review mogelijke waarde bij surges en eindsprints beschrijft. Dat verschil onderstreept waarom je individueel moet meten.
- Fiets: 10-secondenvermogen en een vaste intervalset.
- Lopen: tempo bij dezelfde hartslag en hetzelfde parcours.
- Wedstrijdspecifiek: lichaamsgewicht en maagcomfort tijdens bricktraining.
Lees ook
Veelgestelde vragen
Word je sneller?
Dat is voor de volledige triathlon niet rechtstreeks aangetoond.
Wanneer past het het best?
In trainingsblokken met kracht en hoge intensiteit.
Hoeveel?
3–5 g per dag.
Laden?
Niet noodzakelijk.
Wat meet je?
Vermogen, tempo, gewicht en maagcomfort.